{ 1, Mijn moeder }

‘Jij bent geboren om beroemd te worden,’ zei je vader,
mijn opa, die de tijd samenbalde in ranke houten kasten
met bronzen wijzers en kettingen om de vooruitgang
steeds opnieuw op te winden. Hij wilde er zeker van zijn
en blijven dat zijn dochter de toekomst voor het grijpen

zou hebben. Nog niet wetende hoe of met wat werd jouw lot
bezegeld door de man die jij je leven lang als vaandeldrager
van ons geestelijk familie-erfgoed zou citeren: de geschriften
van een wat zonderlinge, teruggetrokken kluizenaar die te jong
het slaan van zijn hart op het ritme van de tijd

voelde verstommen om uiteindelijk tijdloos uit te doven.
Voorbestemd was je. Voorbestemd om, als de oudste van drie,
het te gaan maken in een richting waarvan de contouren langzaam
zichtbaar werden, maar door een oorlog uit het oosten
werd alles onderbroken. Achteraf misschien wel met het wrange

bijeffect van opgehoopte, creatieve energie die zich in de jaren
daarna etaleerde in de vorm van muzikale uitbarstingen op fagot
en piano. Het ontwerppotlood dat je vingers aanstuurde tot
vernieuwend kledingdesign, draaide volop overuren.
Je belandde op de voorpagina van een toonaangevend modeblad

dat jou lanceerde als covermodel van de nieuwe, naoorlogse mode.
Naast je werk als couturier bood men je een baan aan als columnist/
recensent waarmee de uitspraak van je vader bewaarheid werd.
Je was inderdaad geboren om beroemd te worden.
En toen werd je, in lijn der relationele verwachting, zwanger.

 

lees meer uit Mijn moeder (cyclus)

terug naar archiefkast


{ 2, Pleinfluisteringen }

Zo kon je het Land van Zand overlopen
in schoenmaatjes vol wrevelig grind en steen,
kromden mijn tenen zich om randjes stoepvlees
en tussen het hekwerk kon ik vingers knopen.

Verlaten schoolplein, boulevard of fame,
mijn lijf is in kinderkleding weggekropen.

 

lees meer uit Pleinfluisteringen

terug naar archiefkast


{ 1, Pleinfluisteringen }

Een toenemende drang rammelt aan de tralies
van mijn ingesloten kindertijd, vaal en versleten.
Kreunt mij in mijn hoofd wakker, raaskalt
over terugblikken en herleest aap noot mies.

Mijn geboorte heeft mijn leven hard opengereten;
ach, gun mij opnieuw de onschuld van een melkkies.

 

lees meer uit Pleinfluisteringen

terug naar archiefkast


{ 2, Over de terugkeer en het verschuiven van de aarde }

weet je dat een kind
een volwassene als vijf keer z’n eigen grootte beleeft
vijf keer
z’n eigen macht wil liefde
vijf keer
z’n eigen onmacht verdriet afwijzing

dat is een lichtheid zo licht en warm als een dekbed
van dons en veren
of het gewicht van een door lood aangezette zwaarte

dat is de witte duif op de rand van de wieg
of de grauwe glas in lood ramen rond de kinderkamer

wanneer word je vijf keer jezelf in het heldere wit
wanneer word je vijf keer jezelf in het diepe grijs

waar ligt het breekpunt
bij twee bij drie bij vier…

weet jij het
weet ik het
wisten we het maar
hadden we het naar geweten
en dan nog
wat dan

weet je dat ze zeggen
dat je de mensen kiest om voor geboren te worden
dat ik op een ochtend
ergens in die tussenwereld dacht
kom het wordt tijd voor jullie
voor jou
ik vermom mij als het kleine
trotseer het grote
en na zeventig jaar
ben ik in het midden van deze keuze

moeilijke gedachte
maar wel een hele verantwoordelijke

kijk
daar worden groot en klein even heel stil van

 

illustratie: Flip Mulder

lees meer uit Over de terugkeer en het verschuiven van de aarde (een zesluik)

terug naar archiefkast


{ 1, Over de terugkeer en het verschuiven van de aarde }

van hemelshoog kwam je aangevallen
wist wel waar vandaan
niet waar naartoe
dat je zou inslaan
wist ik ook
maar dat ik eenzijdig rechts
doof blind verlamd zou zijn

daar droeg geen vermoeden
bewaard in broekzak of werktas
op voorhand voorvoet voorzet
toe bij

had me wel voorbereid door onszelf
keer op keer te herlezen
van voren naar achteren en terug
door te bladeren
de hoofdpunten eruit te lichten
in te prenten op te slaan
wat kon worden voorvoeld door een vermoeden
werd afgedicht
met het zoveelste zielenwonder
van een muur

dat wat niet
had kunnen wegkomen
lag op een altaar van onberispelijk rozenkwarts
en wachtte
wachtte op de inslag
wachtte op ons oude leven
wat hopelijk zou sterven aan een oud restje dood

 

illustratie: Flip Mulder

lees meer uit Over de terugkeer en het verschuiven van de aarde (een zesluik)

terug naar archiefkast


{ 2, Lef-cyclus }

sloten trekken kieren
in het weiland
die met de hand
niet zijn te dichten
je moet ze nemen
met sprongen
maar eerst met
veelpraat hoogpraat verpraat
en daarna de wereld
vooral kleiner inschatten
in centimeters dan maar
de ogen geknepen
de billen samen
en gaan gaan gaan
gaan als een hopeloos fladderende vogel
die op een klein stukje lucht na
z’n tak mist
zo landen jij en ik
op iets te weinig grond,
in iets teveel water

maar we sprongen man
we sprongen de kieren in onze angst
genadeloos dicht

 

illustratie: Petra van der Ploeg

{ dit gedicht maakt deel uit van de Lef-cyclus, uit de bundel Lef }

terug naar archiefkast


{ 1, Lef-cyclus }

korte schets:
jaartje of jong
onder tien
op weg naar
losgesneden randje dorp
weiland tegen bos rond duin schuurt strand
fietspad op wereld
fiets op fietspad
wij op fiets
jij achterop staand
schop in hand
lucifers in schoenpunt
pijl en boog binnenkant broek
touw om nek geknoopt
mes in borst
zak vol met houtsnippers
oude rotjes
felrode oude rotjes
onder hemd
durf onder muts
opschieten nu
voordat de spanning ontploft
in onze lijven

want er hangt een schitterend lontje
onder deze middag

 

{ dit gedicht maakt deel uit van de Lef-cyclus, uit de bundel Lef }

terug naar archiefkast


Dood

Mijn papa is dood!
Dat heeft hij niet zelf verzonnen.
Het was ook niet één van zijn grapjes.
Eigenlijk heeft hij er niets voor gedaan,
het ging vanzelf.

Hij heeft nog even thuis gelegen,
maar ligt nu onder de grond.
Dat is beter, want dan twijfel ik niet langer
of hij echt weg is.

Op zijn graf
hebben we een hart gezaaid.
Zo netjes mogelijk, zei mama.

Waarom? vroeg ik verbaasd.
Papa ziet toch alleen maar de worteltjes!

 

{ dit gedicht is gepubliceerd in Gerrit Komrij’s De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten }

lees meer uit Kijk dan, ik kan overal bij!

terug naar archiefkast


Ik kan overal bij

Kijk dan, ik kan bij de zon!
Makkelijk zelfs!

Als ik op een muurtje sta,
kriebel ik zijn tenen.

Als ik in het klimrek klim,
krabbel ik zijn benen.

Als ik in een boom klauter,
tik ik op zijn kont.

En als ik op het dak sta,
zoen ik hem op zijn mond.

Dat kan ik allemaal heel goed,
als juf mij een billetje doet.

 

lees meer uit Kijk dan, ik kan overal bij!

terug naar archiefkast


{ 2, Wiegwade van organza }

Wat is jou ontnomen?

bij aankomst in het verlaten huis
wist ik mij ontstaan, bestaand bij naam
kromp alles op zijn plaats, kruipend

over opgang, langs muren, trappen, door de tuin,
ik paste! en jij, jouw huis? het blijft leeg

de zon zakt, duwt zandkastelengrachten vol met zeewater,
een schepje, een emmertje, ze lagen al klaar -
in een nanoseconde werd jou alles ontzegd, met huid en haar

de onherroepelijkheid van het versperren van jouw leven,
heeft zich verschanst achter de rug van de stilgezette tijd.

 

lees meer uit Het onbekende kind

terug naar archiefkast