Schrijven van gedichten is op rustige momenten naar boven lopen, de deur van mijn werkkamer heel bewust dichtdoen, muziekje aanzetten, eerder geschreven gedichten nog eens doorlezen, nog wat brokkelen en schaven en daarna uit mijn dagelijkse wereld stappen en al mijmerend de wereld van gekke gedachten, mega diepe gevoelens en vreemde metaforen naar mij toetrekken. En meestal zo rond een uur of zes loop ik dan weer naar beneden met nieuw werk. Als mijn gezin al hun avonturen heeft verteld, leg ik mijn nieuwe spinsels op tafel en lees ze voor aan de strengste jury die er bestaat. En zo bundel en bouw ik langzaam aan een nieuw boek vol gedichten.
Hoe de volgende heet? Iedereen kan zomaar achterom je wereld in.